AI kan specificaties opstellen, code schrijven en feedback analyseren—en verandert daarmee rollen, workflows en verantwoordelijkheid voor productmanagers en engineers.

Lange tijd was de scheidslijn tussen productmanagement en engineering redelijk duidelijk: PMs waren verantwoordelijk voor discovery en beslissingen (wat te bouwen en waarom), terwijl engineers verantwoordelijk waren voor de uitvoering (hoe het te bouwen is, hoe lang het duurt en welke afwegingen acceptabel zijn).
AI-tools wissen die scheidslijn niet uit—maar ze verzwakken wel de overdrachtsmomenten die die scheidslijn stabiel hielden.
De meeste teams zagen documenten als de eenheid van samenwerking: een PRD, een set user stories, een designbestand, een testplan. PMs produceerden (of cureerden) de inputs, engineering veranderde die in werkende software, en feedbackloops gebeurden nadat iets gebouwd was.
Dat model creëerde natuurlijk grenzen: als je de auteur van het document niet was, was je vooral reviewer.
Met AI-ondersteund opstellen, samenvatten en genereren werken teams steeds vaker op een gedeeld “model” van het product: een levend pakket context dat bevraagd, gerefactord en vertaald kan worden naar verschillende formaten.
Dezelfde kernintentie kan snel veranderen in:
Wanneer vertalen goedkoop wordt, verschuift de grens. PMs kunnen eerder naar de implementatie peilen (“Wat zou er nodig zijn als we X veranderen?”) en engineers kunnen eerder aan productintenties trekken (“Als we optimaliseren voor Y, blijft het doel dan gelden?”).
AI verlaagt de wrijving om werk buiten je traditionele rol te doen. Dat is nuttig, maar het verandert ook verwachtingen: PMs kunnen gevraagd worden om preciezer te zijn, en engineers kunnen gevraagd worden om directer mee te bepalen wat binnen de scope valt.
Wat het eerste vervaagt is het praktische werk: specificaties, kleine codewijzigingen, testen en datavragen—gebieden waar snelheid telt en AI intentie in artefacten kan vertalen in minuten.
AI-tools fungeren steeds vaker als een "first pass" requirements-schrijver. Dat verschuift het werk met requirements van beginnen op een blanco pagina naar beginnen met een concept—vaak goed genoeg om te bekritiseren, aan te scherpen en als team op één lijn te komen.
Algemene PM-uitingen worden sneller en eenvoudiger te standaardiseren:
De winst is niet dat AI het product “kent”. Het kan structuur consequent toepassen, terminologie uniform houden en snel alternatieven genereren—zodat PMs en engineers meer tijd besteden aan het bespreken van intentie en beperkingen, niet aan het opmaken van documenten.
AI weerspiegelt ambiguïteit. Als de prompt zegt “verbeter onboarding”, krijg je brede user stories en vaag geformuleerde acceptatiecriteria. Het team debatteert dan over implementatie zonder overeenstemming over wat “goed” betekent.
Een simpele oplossing: prompt met context + beslissing + beperkingen. Voeg doelgebruikers, huidige gedrag, succesmetric, platformlimieten en wat niet mag veranderen toe.
Behandel AI-output als een voorstel, niet als de definitieve specificatie.
Dit behoudt snelheid zonder het verlies van verantwoordelijkheid—en vermindert later verrassingen van het type “het stond in het document”.
AI kan weken aan discovery-werk in uren comprimeren door rommelige inputs—supporttickets, gespreknotities, appreviews, surveyreacties, communitythreads—om te zetten in gestructureerde thema's. In plaats van alles handmatig te lezen, kunnen product en engineering starten vanaf dezelfde samenvatting: terugkerende pijnpunten, contexten waarin ze voorkomen en een korte lijst met kansgebieden om te onderzoeken.
Moderne AI-tools zijn goed in het clusteren van vergelijkbare klachten (“checkout faalt op mobiel”), het extraheren van de taak die gebruikers probeerden te doen en het naar boven halen van gemeenschappelijke triggers (apparaat, abonnementsniveau, stap in de workflow). De waarde is niet alleen snelheid—het is gedeelde context. Engineers zien patronen gekoppeld aan technische beperkingen (latency, integratie-randgevallen) terwijl PMs ze aan gebruikersuitkomsten koppelen.
Om discovery snel te houden zonder dat het AI-gedreven giswerk wordt, gebruik je een simpele cyclus:
AI kan overfitten op wat het makkelijkst te vinden en meest emotioneel is: power users, boze tickets of het kanaal met de best geschreven feedback. Het kan ook te nette verhalen produceren en tegenstrijdigheden gladstrijken die belangrijk zijn voor productbeslissingen.
Randvoorwaarden helpen: steekproeven over segmenten, wegen naar grootte van de gebruikersbasis, onderscheid tussen “frequentie” en “impact” en een duidelijk onderscheid tussen observaties en interpretaties.
AI kan samenvatten en voorstellen doen. Mensen beslissen.
Het kiezen van afwegingen, het bepalen van strategie en beslissen wat niet gebouwd wordt vereist beoordeling: begrip van bedrijfscontext, timing, technische kosten en tweederde effecten. Het doel is snellere discovery, niet uitbestede productbeslissingen.
AI verandert hoe teams een product “zien” voordat het gebouwd is. In plaats van dat design statische mockups overdraagt, werken PMs, designers en engineers steeds vaker samen aan een prototype dat dag in dag uit evolueert—vaak gegenereerd en aangepast met AI.
Met AI-ondersteunde designtools en LLMs kunnen teams snel opstellen:
Vroege prototypes zijn meer dan “hoe het eruitziet”. Ze coderen ook “wat het zegt” en “hoe het zich gedraagt” in verschillende staten.
Engineers kunnen AI gebruiken om interactiepatronen snel te verkennen—en brengen daarna opties in de groep voordat zwaar designwerk begint. Een engineer kan bijvoorbeeld alternatieven genereren voor filteren, bulkacties of progressive disclosure en die voorstellen toetsen aan beperkingen zoals performance, toegankelijkheid en componentbibliotheek-capaciteiten.
Dit verkort de feedbackloop: haalbaarheid en implementatiedetails verschijnen terwijl de UX nog kneedbaar is, niet na een late overdracht.
PMs kunnen AI gebruiken om de formulering en edge cases van een prototype te testen: “Wat ziet de gebruiker als er geen resultaten zijn?”, “Hoe leg je deze fout uit zonder de gebruiker de schuld te geven?”, “Welke stappen kunnen een nieuwe gebruiker verwarren?”
Ze kunnen ook concept-FAQ's, tooltips en alternatieve boodschappen genereren voor A/B-tests—zodat productdiscovery taal omvat, niet alleen features.
De overdracht verschuift van “gefinaliseerde schermen” naar een gedeeld prototype plus duidelijke beslissingen: wat binnen scope is, wat uitgesteld is en wat meetbaar is.
Het prototype wordt een levend artefact dat het hele team bijwerkt naarmate beperkingen, learnings en requirements veranderen—waardoor verrassingen verminderen en UX een doorlopend, cross-functioneel verantwoordelijkheidsgebied wordt.
AI-codegeneratie verkleint de afstand tussen productintentie en werkende software. Wanneer een PM een assistent kan vragen om een kleine UI, een voorbeeld API-request of een minimaal script te maken, verschuiven gesprekken van abstracte requirements naar concreet gedrag.
Hier veranderen ook platforms die zogenaamde “vibe-coding” ondersteunen de samenwerkingsdynamiek: tools zoals Koder.ai laten teams web-, backend- en mobiele app-slices rechtstreeks uit chat bouwen, zodat een PM een flow kan voorstellen, een engineer die kan verifiëren en beiden op hetzelfde artefact kunnen itereren—zonder te wachten op een volledige bouwcyclus.
De meeste AI-tools blinken uit in taken die makkelijk te beschrijven zijn maar moeilijk te rechtvaardigen voor een volledige engineer-uurcyclus:
Op die manier is AI-code een snel schetsblok—iets om op te reageren, niet iets om blind te deployen.
PMs hoeven geen engineers te worden om hier voordeel van te hebben. Een klein AI-gegenereerd proof-of-concept kan ambiguïteit verminderen en alignment versnellen, bijvoorbeeld:
Het doel is om de requirement eerder testbaar en bespreekbaar te maken: “Is dit wat we bedoelen?” in plaats van “Wat bedoelen we?”
Code die "draait" is niet automatisch code die bij het product past.
Beveiligings- en privacy-eisen (secrets handling, PII, permissiechecks), architectuurconventies (servicegrenzen, datamodellen) en onderhoudbaarheid (leesbaarheid, monitoring, error handling) blijven belangrijk. AI-gegenereerde code mist vaak contextuele beperkingen die het niet kan zien—zoals interne libraries, compliance-eisen of schaalverwachtingen.
Een goede teamnorm: engineering is eigenaar van productieklaar code, ongeacht wie de eerste versie genereerde.
Snippetjes die door PMs gemaakt zijn moeten behandeld worden als designartefacten of exploratie—nuttig voor intentie, maar onderhevig aan dezelfde standaarden: code review, tests, threat modeling waar relevant en alignment met de architectuur.
Als je een AI-buildplatform gebruikt, geldt hetzelfde principe: zelfs als Koder.ai snel een werkende React-UI en een Go-backend genereert (met PostgreSQL erachter), hebben teams nog steeds duidelijk merge- en release-eigenaarschap nodig. Features zoals snapshots/rollback en source-code export helpen, maar vervangen engineering-verantwoordelijkheid niet.
AI-tools verkorten de kloof tussen “wat we bedoelden” en “wat we leverden.” Waar acceptatiecriteria vroeger door PMs werden geschreven en later door engineers of QA geïnterpreteerd, kunnen LLMs die criteria nu binnen enkele minuten vertalen naar concrete testcases—unit tests, API-tests en end-to-end flows.
Als criteria duidelijk zijn, kan AI testscenario's opstellen die echt gebruikersgedrag spiegelen, inclusief randgevallen die mensen vaak vergeten. Bijvoorbeeld: een criterium als “Users can change their email and must re-verify it” kan worden uitgebreid naar tests voor ongeldig e-mailadres, verlopen verificatielinks en pogingen om in te loggen vóór verificatie.
Een praktische workflow ontstaat:
Dat maakt van acceptatiecriteria geen overdrachtsdocument meer—ze worden het zaad voor geautomatiseerde validatie.
Automatisch gegenereerde tests kunnen overtuigend lijken terwijl ze belangrijke zaken missen. Veelvoorkomende faalmodi: alleen het happy path testen, het verkeerde aspect asserten (bijv. UI-tekst in plaats van een statusverandering) of aannames inbouwen die niet bij het echte systeem passen.
Het grootste risico is regressie‑blindheid: teams mergen een feature in de veronderstelling dat die gedekt is omdat “er tests zijn”, terwijl die tests niet beschermen tegen de meest waarschijnlijke breuken.
Behandel AI-gegenereerde tests als concepten, niet als bewijs.
Gebruik deze korte checklist om criteria makkelijker te automatiseren en minder vatbaar voor misinterpretatie te maken:
Als requirements testbaar zijn, versnelt AI uitvoering. Als ze dat niet zijn, versnelt het verwarring.
AI maakt analytics conversatiever: “Heeft de nieuwe onboarding activation verhoogd?” wordt een prompt en je krijgt SQL, een grafiek en een geschreven experiment-samenvatting in minuten.
Die snelheid verandert de workflow—PMs kunnen hypothesen valideren zonder in de rij te staan, en engineers kunnen zich richten op kwaliteit van instrumentatie in plaats van ad‑hoc pulls.
Moderne tools kunnen SQL opstellen, een funneldefinitie voorstellen, een dashboard genereren en een A/B-test samenvatten (uplift, confidence, segment-splits). Voor PMs betekent dat snellere iteratie tijdens discovery en na lancering. Voor engineering betekent het minder losse verzoeken en meer tijd om dataverzameling te verbeteren.
Het nadeel: AI antwoordt graag met een definitie, ook als het bedrijf al de definitie heeft. Self-serve werkt het beste als het team standaardiseert:
Als definities consistent zijn, is PM-geleide analyse aanvullend—engineers kunnen op de cijfers vertrouwen en helpen bevindingen te operationaliseren.
Twee problemen komen vaak voor:
Maak een gedeeld metric-glossarium (één bron van waarheid) en verplicht een korte review voor belangrijke analyses: grote lanceringen, experiment-readouts en KPI's op directieniveau.
Een 15-minuten “analytics PR” (PM schrijft; analist/engineer reviewt) vangt definities die niet overeenkomen vroeg en bouwt gedeelde context in plaats van achteraf over cijfers te debatteren.
AI vervangt backlogbeheer niet—het verandert de samenstelling ervan. Refinement gaat minder over het ontcijferen van halfgeschreven tickets en meer over het maken van weloverwogen afwegingen.
Wanneer teams AI goed gebruiken, wordt de backlog een duidelijker kaart van werk—niet slechts een lijst.
Tijdens refinement kan AI rommelige inputs—noten van salesgesprekken, supportthreads of meetingtranscripts—snel omzetten in tickets met consistente structuur. Het is vooral nuttig voor:
De belangrijkste verschuiving: PMs besteden minder tijd aan opstellen en meer tijd aan intent-verificatie. Engineers besteden minder tijd aan raden en meer aan het vroeg uitdagen van aannames.
AI-ondersteunde reviews kunnen risicosignalen tonen voordat een ticket “committed work” wordt: onduidelijke non-functionals, verborgen migratiewerk, security/privacy-issues en integratiecomplexiteit.
Dat helpt engineering om onbekenden eerder naar voren te brengen—vaak tijdens grooming in plaats van middenin een sprint—zodat schattingen gesprekken over risico worden, niet alleen uren.
Een praktisch patroon is AI te vragen een “risico-checklist” mee te leveren bij elk kandidaat-item: wat kan dit 2× moeilijker maken, wat heeft een spike nodig, wat moet met design of data geverifieerd worden.
Auto-prioritisatie is verleidelijk: voer impactmetrics in en laat het model de backlog sorteren. Het gevaar is dat het optimaliseert voor wat het makkelijkst meetbaar is, niet voor wat strategisch belangrijk is—zoals differentiatie, langetermijn platformwerk of merkvertrouwen.
Gebruik een eenvoudige regel om besluitvorming gezond te houden: AI suggereert; mensen beslissen en documenteren waarom. Als een item omhoog of omlaag gaat, noteer de rationale (strategiekeuze, risico, klantcommitment) direct in het ticket zodat het team context deelt, niet alleen een rangorde.
Als PMs en engineers dezelfde AI-tools gebruiken, ontstaan ook nieuwe faalmodi. Governance gaat niet over teams afremmen—het gaat erom helder te maken wie beslist, wie controleert en wat er gebeurt als er iets misgaat.
AI-ondersteund werk kan op manieren falen die onzichtbaar blijven totdat het duur wordt:
Definieer eigenaarschap op workflowniveau, niet op functietitel:
Houd regels klein en handhaafbaar:
Als je een platform zoals Koder.ai adopteert, behandel het als onderdeel van je SDLC: definieer wat vanuit chat gegenereerd mag worden, wat na export door code review moet en hoe snapshots/rollback worden gebruikt als iteraties snel gaan.
Behandel AI-fouten als elk ander productierisico:
AI versnelt niet alleen bestaand werk—het creëert nieuwe taken tussen de kieren die niet netjes bij PM of engineering horen. Teams die deze taken vroeg erkennen voorkomen verwarring en dubbel werk.
Een paar terugkerende verantwoordelijkheden duiken op:
Als deze taken ieders taak zijn, worden ze vaak niemand's taak. Wijs een eigenaar aan, bepaal een update-cadans en kies waar ze leven (wiki, repo of beide).
Dit kunnen formele rollen zijn in grotere organisaties of petten die bestaande teamleden dragen in kleinere teams.
PMs profiteren van technische geletterdheid: op hoog niveau diffs lezen, APIs begrijpen en weten hoe evaluatie werkt.
Engineers profiteren van productdenken: scherpere probleemafbakening, gebruikersimpact en experimentontwerp—niet alleen implementatiedetails.
Voer paired sessies uit (PM + engineer) om prompts, specificaties en acceptatiecriteria samen te maken en vergelijk AI-output met echte voorbeelden. Leg wat werkte vast in een gedeeld playbook (templates, do's/don'ts, review-checklists) zodat leren zich opstapelt binnen het team.
Een beetje structuur helpt enorm. Het doel is niet AI overal in te zetten, maar een gecontroleerde pilot te draaien waarin rollen helder blijven en het team leert wat echt de uitkomst verbetert.
Kies één feature met reële scope (niet een kleine copywijziging, niet een kwartaal-lang platformproject). Definieer start/eindpunten: van eerste requirement-draft tot productie-release.
Schrijf een rolenkaart voor de pilot op één pagina: wie is eigenaar van probleemdefinitie (PM), technische aanpak (engineering), UX-beslissingen (design) en kwaliteitspoorten (QA). Voeg toe wie mag voorstellen vs wie beslist.
Kies 2–3 AI-usecases bijvoorbeeld:
Standaardiseer inputs: één gedeelde prompt-template en één gedeelde definition of done voor AI-outputs (wat gecontroleerd moet worden, wat vertrouwd kan worden).
Draai 2–4 sprints, stop dan en review voordat je uitbreidt.
Als je team verder wil gaan dan drafts en snelle implementatie-experimenten wil doen, voer de pilot dan in een gecontroleerde build-omgeving uit (bijv. Koder.ai’s planningmodus plus snapshots/rollback). Het punt is niet engineering omzeilen—het is iteratie goedkoper maken met reviewpoorten intact.
Meet een basislijn (vergelijkbare eerdere features) en vergelijk:
Behoud een gedeelde prompt-repo (versioneerd, met voorbeelden van goede/slechte outputs). Houd een wekelijkse 20-minuten review waarin het team AI-gegenereerde artefacten samplet en labelt: correct, misleidend, context missend of niet de moeite.
Eindprincipe: gedeelde artefacten, duidelijk eigenaarschap, zichtbare beslissingen.