Ontdek hoe Google de Transformer‑techniek achter GPT ontwierp, maar OpenAI de generatieve AI‑spotlight liet winnen — en wat dit betekent voor innovators.

\nDe meeste interne gebruiksscenario’s die door beleid kwamen, waren assisterend en begrensd: auto‑completion in Gmail, slimme antwoorden, vertaling en rankingvoordelen. Encoder‑stijl modellen waren makkelijker te begrenzen, monitoren en rechtvaardigen dan een algemeen conversatiesysteem dat alles van gezondheidsadvies tot politiek zou beantwoorden.\n\n### Angst voor kannibalisatie: raak de cash cow niet kwijt\n\nZelfs wanneer Google werkende chat‑ en generatieve prototypes had, bleef een kernvraag onbeantwoord: Zou goede directe antwoordverlening het aantal zoekopdrachten en advertentieklikken verminderen?\n\nEen chatervaring die je in één keer een volledig antwoord geeft, verandert gebruikersgedrag:\n\n- Minder klikken naar externe sites → uitgevers ontevreden, zwakkere web‑ecosysteem\n- Minder ruimte en intentie voor traditionele zoekadvertenties → inkomsten onzekerheid\n\nInstinctief koos het leiderschap ervoor AI te integreren als een versterker van Search, niet als vervanging. Dat betekende rankingaanpassingen, rijke snippets en geleidelijke semantische verbetering—precies waar BERT in uitblonk—in plaats van een gedurfd, opzichzelfstaand conversatieproduct dat het kernbedrijfsmodel kon ontregelen.\n\n### Hoe deze keuzes publieke generatieve producten vertraagden\n\nIndividueel waren veel van deze beslissingen rationeel:\n\n- Kies modellen die direct zoek‑ en advertentie‑metrics verbeteren\n- Geef prioriteit aan veiligheid, betrouwbaarheid en regelgeving
Google:
Google bewoog langzamer, optimaliseerde voor nul fouten en presenteerde Bard als een gepolijste lancering in plaats van een leerfase. Tegen de tijd dat Bard bij gebruikers kwam, was ChatGPT al een dagelijks hulpmiddel voor studenten, kenniswerkers en ontwikkelaars.\n\nDe schok binnen Google was niet alleen dat OpenAI goede AI had. Het was dat een veel kleinere organisatie ideeën die Google mede had uitgevonden pakte, tot een product maakte waar gewone mensen dol op waren, en daarmee in weken het publieke beeld van wie AI leidde herschreef.\n\n## Cultuur, incentives en risico: Google versus OpenAI\n\nGoogle en OpenAI vertrokken vanuit vergelijkbare technische fundamenten maar vanuit zeer verschillende organisatorische realiteiten. Dat bepaalde bijna elke beslissing rond GPT‑achtige systemen.\n\n### Incentives: cashmachine versus existentiële druk\n\nGoogle’s kernbusiness is search en advertenties. Die machine levert enorme, voorspelbare inkomsten op, en de meeste senior incentives zijn erop gericht die te beschermen.\n\nHet lanceren van een krachtige conversatiemodel dat:
werd vanzelfsprekend als een bedreiging gezien. De default was voorzichtigheid. Elk nieuw AI‑product moest aantonen dat het Search of merkschade niet zou schaden.\n\nOpenAI daarentegen had geen cash cow. De incentive was existentiëel: waardevolle modellen uitbrengen, mindshare bij ontwikkelaars winnen, grote compute‑deals tekenen en onderzoek omzetten in inkomsten voordat anderen dat deden. Het risico van niet lanceren woog zwaarder dan het risico van te vroeg lanceren.\n\n### Cultuur: risicotolerantie en PR‑gevoeligheid\n\nGoogle had antitrustonderzoek, privacyconflicten en wereldwijde regulering meegemaakt. Die geschiedenis creërde een cultuur waarin:
OpenAI accepteerde dat krachtige modellen rommelig zouden zijn in het openbaar. Het bedrijf gaf prioriteit aan iteratie met guardrails boven lange interne perfectiecycli. Het was nog steeds voorzichtig, maar de tolerantie voor productrisico was veel hoger.\n\n### Structuur en snelheid: commissies versus geconcentreerde macht\n\nBij Google gaan grote lanceringen typisch door meerdere commissies, cross‑org goedkeuringen en complexe OKR‑onderhandelingen. Dat vertraagt elk product dat Search, Ads, Cloud en Android kruist.\n\nOpenAI concentreerde macht in een klein leiderschapsteam en een gefocust productteam. Beslissingen over ChatGPT, prijsstelling en API‑richting konden snel genomen worden en vervolgens aangepast op basis van reëel gebruik.\n\n### Wanneer research alleen niet meer genoeg was\n\nJarenlang rustte Google’s voorsprong op het publiceren van de beste papers en het trainen van sterke modellen. Maar zodra anderen het onderzoek konden reproduceren, verschoof het voordeel naar onderzoek plus:
OpenAI behandelde modellen als productsubstraten: lanceer een API, lanceer een chatinterface, leer van gebruikers en voed dat terug in de volgende modelgeneratie.\n\nGoogle hield zijn meest capabele systemen jarenlang als interne tools of smalle demo’s. Tegen de tijd dat het ze op schaal probeerde te productiseren, had OpenAI al gewoontes, verwachtingen en een ecosysteem rond GPT gecreëerd.\n\nHet verschil ging minder over wie transformers beter begreep en meer over wie bereid—en structureel in staat—was om dat begrip om te zetten in producten voor honderden miljoenen mensen.\n\n## Technische innovatie versus productinnovatie: wie deed wat\n\n### Google: de technische motor\n\nTechnisch bleef Google een powerhouse. Het leidde op infrastructuur: custom TPU’s, geavanceerde datacenter‑netwerken en interne tooling die het trainen van enorme modellen routine maakten jaren voordat de meeste bedrijven het konden proberen.\n\nGoogle‑onderzoekers duwden de grenzen op architecturen (Transformers, attention‑varianten, mixture‑of‑experts, retrieval‑augmented modellen), schaalwetten en trainingsefficiëntie. Veel kernpapers die moderne grootschalige ML definiëren, kwamen van Google of DeepMind.\n\nMaar veel van die innovatie bleef binnen papers, interne platforms en smalle features in Search, Ads en Workspace. In plaats van één duidelijk "AI‑product" zagen gebruikers tientallen kleine, onsamenhangende verbeteringen.\n\n### OpenAI: de product‑ en platformmotor\n\nOpenAI koos een andere weg. Technisch bouwde het voort op ideeën die anderen hadden gepubliceerd, waaronder Google’s. Het voordeel zat in het omzetten van die ideeën in één duidelijke productlijn:
Die eendrachtige verpakking maakte ruwe modelcapaciteit ineens iets wat mensen direct konden adopteren. Terwijl Google krachtige modellen uitbracht onder meerdere merken en oppervlakken, concentreerde OpenAI aandacht op een klein aantal namen en flows.\n\n### Distributie wint van puur technisch overwicht\n\nZodra ChatGPT doorbrak, kreeg OpenAI iets wat Google eerder bezat: default mindshare. Ontwikkelaars experimenteerden standaard met OpenAI, schreven tutorials tegen de API en pitchten investeerders op producten "gebouwd op GPT."\n\nHet onderliggende modelkwaliteitsverschil—als dat er al was—deed er minder toe dan het distributieprobleem. Google’s technische voorsprong in infrastructuur en onderzoek vertaalde zich niet automatisch naar marktleiderschap.\n\nDe les: de wetenschap winnen is niet genoeg. Zonder een helder product, prijs, verhaal en integratiepad kan zelfs de sterkste onderzoeksmotor worden ingehaald door een gefocust productbedrijf.\n\n## Na de wake‑up call: Bard, Gemini en Googles AI‑reset\n\nToen ChatGPT blootlegde hoe traag Google leek in productuitvoering, zette het bedrijf een publiekelijke "code red" in gang. Wat volgde was een versnelde, soms rommelige, maar oprechte reset van Google’s AI‑strategie.\n\n### Van Bard naar Gemini: de reset erkennen\n\nGoogles eerste antwoord was , een chatinterface gebouwd op LaMDA en later geüpgraded naar . Bard voelde gehaast en voorzichtig tegelijk: beperkte toegang, langzame uitrol en duidelijke productbeperkingen.\n\nDe echte reset kwam met :\n\n- als een coherente modellenfamilie voor cloud, consument en on‑device gebruik\n- Bard werd herpositioneerd als (en Gemini Advanced) om een schone breuk met de experimentele periode te signaleren\n- Een publieke toezegging om Gemini het centrale AI‑merk te maken in Google‑producten\n\nDeze verschuiving positioneerde Google opnieuw van "zoekbedrijf dat met chatbots experimenteert" naar "AI‑first platform met een vlaggenschipmodellenfamilie", ook al liep die positionering OpenAI’s voorsprong na.\n\n### Gemini verweven met Google’s kernproducten\n\nGoogle’s kracht is distributie, dus de reset richtte zich op het integreren van Gemini in waar gebruikers al zijn:\n\n- Search Generative Experience en AI‑overzichten die queries direct beantwoorden in plaats van alleen naar pagina’s te linken\n- Gemini‑assistenten voor Gmail, Docs, Sheets, Slides en Meet die teksten opstellen, samenvatten en analyseren\n- Gemini als systeemassistent, multimodale invoer en on‑device Nano‑modellen voor privacy‑gevoelige taken\n- Gemini‑aangedreven schrijf‑hulp, taborganisatie en ontwikkelaarsfeatures binnen de browser\n\nDe strategie: als OpenAI wint op "nieuwheid" en merk, kan Google nog winnen op en strakke integratie met dagelijkse workflows.\n\n### Veiligheid, governance en gematigde blootstelling\n\nNaarmate Google toegang verbreedde, leunde het zwaar op zijn AI‑principes en veiligheidspositie:\n\n- Grondige en evaluatie voor het vrijgeven van krachtiger modellen\n- Regionale uitrol met functies die per leeftijd en accounttype worden geblokkeerd\n- Investeringen in , contentfilters en weigergedrag\n- Watermarking en herkomstwerk (bijv. SynthID voor beelden en media)\n\nDe afweging: strengere guardrails en tragere experimentatie versus OpenAI’s snellere iteratie en af en toe publieke misstap.\n\n### Heeft Google echt ingehaald?\n\nOp puur modelniveau lijken en top‑Gemini‑modellen concurrerend met GPT‑4 op veel benchmarks en ontwikkelaarsrapporten. In sommige multimodale en codeertaken loopt Gemini voor; in andere blijft GPT‑4 (en opvolgers) de lat.\n\nWaar Google nog moeite mee heeft is :\n\n- OpenAI blijft voor veel startups en onderzoekers de default keuze\n- Het merk "ChatGPT" is synoniem met AI voor mainstream gebruikers\n- OpenAI’s API en plugin/tooling ecosysteem rijpte vroeger en sneller\n\nGoogles tegenwicht is enorme distributie (Search, Android, Chrome, Workspace) en diepe infra. Als het die kan omzetten in plezierige, AI‑native ervaringen kan het perceptiegat dichten of zelfs keren.\n\n### Een multipolaire toekomst, geen tweespan\n\nDe reset speelt zich af in een veld dat niet langer alleen Google vs OpenAI is:\n\n- consumenten‑mindshare, snelle iteratie, sterk ontwikkelaarsecosysteem\n- infrastructuur, data, distributie en Gemini in producten\n- (Meta’s Llama, Mistral, en anderen): snel, goedkoop en voor veel use‑cases goed genoeg\n- differentiatie rond veiligheid, betrouwbaarheid en specifieke verticals\n\nGoogles late maar serieuze reset betekent dat het niet langer de generatieve AI‑moment mist. De toekomst wordt echter : geen enkele winnaar en geen enkel bedrijf dat de richting van model‑ of productinnovatie volledig bepaalt.\n\nVoor makers betekent dat strategieën ontwerpen die meerdere sterke providers, krachtige open modellen en constante leapfrogging veronderstellen—in plaats van alles te zetten op één AI‑stack of merk.\n\n## Belangrijke lessen voor makers: hoe je Googles fout niet herhaalt\n\nGoogle bewees dat je de doorbraak kunt uitvinden en toch de eerste grote golf van waarde kunt verliezen. Voor makers is het punt niet om dat paradox te bewonderen, maar om het niet na te doen.\n\n### 1. Lanceer producten, niet alleen papers\n\nBehandel elk groot onderzoeksresultaat als een , niet als een eindpunt.\n\n- Zet een direct verantwoordelijk producteigenaar op elk groot onderzoeksresultaat.\n- Definieer binnen weken een concreet gebruikersprobleem en een v1‑ervaring, hoe smal ook.\n- Stel een deadline waarbij de defaultuitkomst is: het gaat naar echte gebruikers, zelfs als het maar 1.000 mensen betreft.\n\nAls een resultaat belangrijk genoeg is om te publiceren, is het belangrijk genoeg om voor klanten te prototypen.\n\n### 2. Stem incentives af op geleverde impact\n\nMensen doen wat wordt beloond.\n\n- Maak promoties en prestige afhankelijk van gelanceerde gebruikersimpact, niet alleen citaties, patenten of interne demo’s.\n- Vier cross‑functionele teams (onderzoek, engineering, product, juridisch) die een risicovol idee naar productie brengen.\n- Geef single‑threaded leiders bevoegdheid over zowel experiment als launch, zodat beslissingen niet in commissies sterven.\n\n### 3. Maak expliciete productwedden op nieuwe primitieve ideeën\n\nTransformers waren een nieuwe rekenkundige primitief. Google behandelde ze vooral als infrastructuurupgrade en paper; OpenAI als productmotor.\n\nWanneer je op iets even fundamenteels stuit: \n- Noem 1–2 vlaggenschipproducten die dat idee tot het uiterste drijven.\n- Reserveer een team en budget voor minstens 12–24 maanden.\n- Accepteer overlap en zelfs interne concurrentie met legacyproducten als de upside groot is.\n\n### 4. Balanceer veiligheid met echte wereld‑leren\n\nMerk‑ en veiligheidszorgen zijn valide, maar gebruiken die rechtvaardigen eindeloze vertraging is dat niet.\n\nOntwerp een gelaagd risicomodel:\n\n- Hoge‑stakes use cases (gezond, financiën, verkiezingen) krijgen strikte poorten.\n- Lage‑stakes, duidelijk gelabelde experimenten kunnen vroeg met zorgvuldige monitoring en kill switches worden gelanceerd.\n\nIn plaats van te wachten op zekerheid, ontwerp voor gecontroleerde blootstelling: progressieve uitrol, sterke logging, snelle revert‑paden, red‑teaming en openbare communicatie dat je nog leert.\n\n### 5. Bezit het platform dat je mogelijk maakt\n\nGoogle maakte het anderen makkelijk om GPT‑achtige systemen te bouwen door ideeën en tooling open te stellen, en keek vervolgens grotendeels toe hoe anderen iconische ervaringen bouwden.\n\nAls je een krachtige nieuwe capaciteit blootgeeft: \n- Bouw een referentieproduct dat het plafond van wat mogelijk is toont.\n- Bied vroeg API’s aan, maar houd een eerste‑partijservaring die je meedogenloos verbetert.\n- Zie externe ontwikkelaars als partners die je platform uitbreiden, niet als de enigen die uitvinden wat gebruikers willen.\n\n### 6. Institutionaliseer het pad van "paper naar product"\n\nJe kunt niet afhangen van één visionaire exec of heldenteam.\n\nVeranker de overgang in hoe het bedrijf werkt:\n\n- Standaardiseer een pijplijn: idee → interne demo → beperkte externe pilot → algemene lancering.
Niet precies zo, maar Google vond wel de kerntechnologie die GPT mogelijk maakte.
Google‑onderzoekers bedachten in 2017 de Transformer-architectuur ("Attention Is All You Need").
GPT-modellen (GPT‑1, 2, 3, 4) zijn in wezen grote Transformer‑decoders die op enorme schaal zijn getraind.
OpenAI verving Google’s idee niet; het schaalde en productiseerde het.
Dus: Google leverde veel van de intellectuele en infrastructuur‑fundamenten. OpenAI verdiende de eerste grote golf van waarde door die basis om te zetten in een mainstream‑product (ChatGPT en API’s).
Google richtte zich op onderzoek, infrastructuur en stapsgewijze verbeteringen voor Search, terwijl OpenAI zich richtte op het uitbrengen van één gedurfd, algemeen bruikbaar product.
Belangrijke verschillen:
Google zag vrij‑vormige generatie als risicovol en moeilijk te gelde te maken binnen zijn kernmodel.
Belangrijkste zorgen:
OpenAI nam drie grote beslissingen en voerde die consistent uit:
Niet echt. De grootste schok was de product‑ en narratiekant, niet de ruwe modelcapaciteit.
Dit keerde de publieke perceptie om: van “Google leidt AI” naar “ChatGPT en OpenAI definiëren AI.” De echte fout van Google was dat men onderschatte wat de eigen uitvindingen konden worden in een eenvoudige gebruikerservaring.
ChatGPT voelde beter dankzij uitvoering en framing, niet door magische algoritmes.
Belangrijke elementen:
Om dat te vermijden:
Google is nog steeds een technisch zwaargewicht en heeft zich agressief opnieuw gepositioneerd met Gemini:
Waar Google nog achterloopt:
Technisch liep Google niet achter, maar organisatorisch en productmatig bewoog het trager op de cruciale punten voor publieke perceptie en adoptie.
BERT (Google):
GPT (OpenAI):
Kort: BERT is geoptimaliseerd om Search slimmer te maken; GPT is geoptimaliseerd als flexibele taalmotor waarmee mensen direct kunnen praten.
Gezien zijn omvang en regulatorische blootstelling koos Google voor voorzichtige integratie van AI in bestaande producten in plaats van vroeg een disruptieve, stand‑alone chatbot te lanceren.
Schaal als strategie, niet als experiment
Ze duwden standaard Transformers naar extreme schaal (data, parameters, compute) en vertrouwden op schaalwetten in plaats van voortdurend de architectuur te veranderen.
API‑first platform
Ze maakten modellen vroeg beschikbaar via een eenvoudige cloud‑API, waardoor duizenden anderen use‑cases konden ontdekken en bedrijven konden bouwen bovenop het model.
Consumentenchatter als vlaggenschipproduct
ChatGPT maakte AI begrijpelijk voor iedereen: “vraag wat je wilt, krijg een antwoord.” Het wachtte niet op perfectie; het lanceerde, leerde van gebruikers en iterereerde snel.
Deze zetten creëerden een versterkte lus van gebruikers → data → inkomsten → grotere modellen → betere producten, waarmee OpenAI Google’s tragere, gefragmenteerde productisatie overtrof.
Google’s Bard-lancering daarentegen was:
Het verschil was niet dat Google geen ChatGPT kon bouwen—het was dat OpenAI het daadwerkelijk uitbracht en in het openbaar van gebruikers leerde.
De kernles: technische leiding zonder producteigendom is kwetsbaar. Iemand anders zal je ideeën in het definiërende product veranderen als jij dat niet doet.
Je hoeft niet zo groot als Google te zijn om vast te lopen; je moet alleen niet toestaan dat structuur en angst nieuwsgierigheid en snelheid overschaduwen.
De waarschijnlijke toekomst is multipolair: meerdere sterke gesloten aanbieders (Google, OpenAI, anderen) plus snelle open‑source modellen. Google heeft AI niet permanent verloren; het miste de eerste generatieve golf en draaide vervolgens bij. De race gaat nu over uitvoersnelheid, ecosysteemdiepte en integratie in echte workflows, niet alleen om wie welke paper schreef.