Een helder-nederlandse blik op wat “vibe coding” voelt: een AI aansturen, features vormgeven via gesprek, korte feedbackloops en de emoties die je kunt verwachten.

“Vibe coding” is software bouwen door een AI te instrueren in plaats van zelf de code-syntax te typen. Je beschrijft wat je wilt—vaak in gewone, rommelige menselijke taal—en de AI levert een concept: een pagina, een script, een kleine app, een fix of een nieuwe feature. Jouw rol is niet om komma’s, haakjes of frameworkregels te onthouden. Jouw rol is sturen.
Als traditioneel programmeren voelt als het leren van een instrument voordat je een lied kunt schrijven, voelt vibe coding als het neuriën van de melodie en iemand anders laten uitwerken op bladmuziek—dan luister je, reageer je en verfijn je.
Vibe coding past bij mensen die problemen duidelijk kunnen uitleggen maar geen programmeur willen (of geen tijd hebben):
Je hoeft geen “no-code mindset” te hebben, maar wel een regisseursmindset: je voelt je comfortabel bij “meer zoals dit”, “minder zoals dat” en “dit is het resultaat dat ik nodig heb.”
Een AI-codeassistent kan snel concepten aanleveren, maar kan niet beslissen wat belangrijk is voor jouw gebruikers. Hij kent niet automatisch je beperkingen, je toon, je randgevallen of wat “goed” betekent voor jouw project.
Dus vibe coding is niet “software zonder nadenken.” Het is “software zonder syntax typen.” Jij levert intentie, prioriteiten, voorbeelden en feedback. De AI levert iteraties.
Deze gids richt zich minder op tools en meer op de ervaring: de emotionele rit van bouwen met AI, de eenvoudige workflow (vragen → zien → aanpassen), hoe je prompts schrijft als creatieve briefs en de veelvoorkomende valkuilen—vooral scope creep en verwarring wanneer outputs niet werken.
Aan het einde zou je je comfortabel moeten voelen met rapid prototyping en mens–AI samenwerking om van idee naar werkend concept te gaan—zonder te doen alsof de AI magisch is of dat je van de ene op de andere dag ingenieur moet worden.
Vibe coding voelt niet als “leren coderen.” Het voelt als beschrijven wat je wilt in gewone taal en zien hoe een AI dat omzet in iets realistisch.
Traditioneel programmeren is een stap-voor-stap recept: je vertelt de computer precies hoe alles moet. Vibe coding keert dat om. Je concentreert je op het resultaat—“maak een simpele pagina waar ik taken kan toevoegen, als klaar markeren en filteren op status”—en de AI vult de technische stappen in.
Die verschuiving is verrassend emotioneel: in plaats van vast te lopen op syntax en regels, voel je je uitgenodigd om als productpersoon te denken. Je moet niet bewijzen dat je de “juiste” commando’s kent. Je verduidelijkt wat “klaar” betekent.
Een nuttige analogie is een filmregisseur die samenwerkt met een bekwame assistent.
Jij bent de regisseur: je zet de visie, de toon en wat het belangrijkst is. De AI is de assistent: die maakt snel drafts, doet suggesties en regelt het technische gedoe. Je hoeft niet te weten waar elke kabel zit—je hoeft alleen te weten wanneer de scène goed voelt.
Als je een vibe-coding-platform zoals Koder.ai hebt geprobeerd, is dit precies de houding die het aanmoedigt: je iterereert via chat, vraagt om een scherm of flow en scherpt het vervolgens aan met concrete feedback totdat de app overeenkomt met jouw intentie.
Het grootste gevoel is momentum. Ideeën veranderen snel in schermen. Je vraagt om een loginpagina, een dashboard, een “Opslaan”-knop—en opeens heb je iets waar je op kunt klikken.
Het nadeel is dat snelheid aan het begin vaak betekent dat je later meer moet controleren. Je moet details bevestigen: Slaat de knop echt op? Wat gebeurt er bij lege invoer? Slaan we gevoelige data ergens op? Vibe coding is snel, maar het beloont mensen die uitkomsten zorgvuldig controleren en richting blijven geven.
De eerste 15 minuten van vibe coding voelen meestal niet als “software leren.” Ze voelen als kijken naar iets dat snel op jou reageert—zonder dat jij de regels kent.
De meeste mensen doorlopen een herkenbare reeks reacties:
Vroege vibe coding geeft snelle, zichtbare resultaten. Je vraagt om een simpele pagina, een knop, een formulier of een klein rekenmachientje—en het verschijnt. Die snelheid creëert de sterke illusie dat de moeilijke onderdelen verdwenen zijn.
Wat echt gebeurt is eenvoudiger (en nog steeds indrukwekkend): de AI maakt redelijke standaardkeuzes voor tientallen kleine beslissingen die jij niet hoefde aan te raken—lay-out, naamgeving, basislogica en verbindingscode. Je krijgt een “goed genoeg” versie van een idee voordat je hersenen de tijd hebben gehad om te twijfelen.
Dan kom je op het punt waar het vol vertrouwen iets doet dat verkeerd is. De knop doet niet wat je bedoelde. De cijfers kloppen niet. De tekst lijkt goed maar het gedrag is vreemd. Dit is het moment waarop het magische gevoel verandert in: “Wacht—waarom deed het dat?”
Die vraag is het begin van vaardigheid.
Behandel de eerste sessie als een lab, niet als een test. Doe kleine verzoeken, controleer wat er verandert en wees niet bang het te corrigeren: “Niet zo—doe X in plaats daarvan.” Nieuwsgierigheid verslaat perfectie hier, en iteratie verslaat grote plannen.
Vibe coding is meestal geen enkele “perfecte prompt.” Het is een conversatielus waarbij je stuurt door te reageren op wat je ziet.
Je doet een verzoek → de AI toont een output → je scherpt je verzoek aan → je herhaalt.
Dat kan eruitzien als:
De beste feedback is specifiek en controleerbaar, niet vaag.
Minder nuttig: “Maak het beter.”
Beter:
Merk op dat dit zaken zijn die je kunt aanwijzen en verifiëren.
Traditionele ontwikkeling vraagt vaak om alles vooraf te definiëren, dan wachten op een build, vervolgens fixes indienen en weer wachten. Met vibe coding is de feedbackcyclus kort. Je begint niet opnieuw—je vormt wat er al is.
Als je niet weet hoe iets te beschrijven, verwijs naar een bekend patroon:
“Maak het zoals een notitie-app: simpel, veel witruimte, maar met een ‘Copy summary’-knop en een woordenteller.”
Voorbeelden geven de AI een stijl- en gedragsdoel, terwijl jouw bijsturing het afstemt op je echte intentie.
Als mensen over “prompting” praten, kan het klinken alsof je de perfecte formule nodig hebt. Bij vibe coding werken prompts beter wanneer je ze behandelt als mini-briefs die je aan een teamgenoot zou geven: duidelijk, specifiek en gericht op wat je probeert te bereiken.
Een goede prompt dwingt de AI niet om te gehoorzamen. Het geeft de AI genoeg context om verstandige keuzes te maken—en geeft jou een duidelijk uitgangspunt om tegenin te gaan wanneer het fout zit.
Als je niet weet wat te schrijven, begin met deze lichte template:
Dit klinkt in gewoon Nederlands als:
Doel: Voeg een “Save draft”-knop toe aan het formulier.
Gebruikers: Klantenservicemedewerkers die gedeeltelijke notities willen opslaan tijdens een gesprek.
Beperkingen: Verander het bestaande “Submit”-gedrag niet. Houd het simpel—één knop, geen nieuwe schermen.
Voorbeelden: Als de pagina ververst, moet de concepttekst er nog steeds zijn. Als de gebruiker op Submit klikt, moet het concept worden gewist.
Merk op dat er niets technisch aan is, maar het neemt gokwerk weg.
Je toon vertelt de AI of je aan het verkennen bent of aan het beslissen.
Een kleine verschuiving helpt veel:
Vibe coding werkt het best in korte cycli. In plaats van te vragen om “de hele feature,” vraag om de volgende zichtbare stap, controleer die en pas aan.
Een praktische regel: één prompt = één wijziging die je snel kunt verifiëren. Als je niet makkelijk kunt bepalen of het gelukt is, is de prompt waarschijnlijk te groot.
Zo houd je controle: kort, observeer, verfijn—alsof je een concept vormt, niet geheime commando’s uitspreekt.
Vibe coding kan voelen als improv: je doet één suggestie, de AI reageert met “ja, en…,” en plots heeft je simpele idee een instellingenpaneel, loginflow, adminpaneel en dashboard die je nooit vroeg. Dat momentum is opwindend—omdat het aanvoelt als vooruitgang—maar het kan ook een val verbergen.
Scope creep is niet alleen “meer features toevoegen.” Het is ze toevoegen voordat de basis werkt, of voordat je hebt beslist wat “werken” betekent.
Je begint misschien met “een pagina die e-mails verzamelt,” en vijf minuten later debatteer je over abonnementsniveaus en analytics terwijl het e-mailformulier nog steeds niet verzendt.
Dan wordt het project lastiger te sturen. Elke nieuwe feature schept nieuwe vragen (“Waar slaan we dit op?” “Wie heeft er toegang?” “Wat gebeurt er bij fouten?”), en de AI breidt de wereld graag uit tenzij je grenzen stelt.
Voordat je vraagt om de volgende verbetering, schrijf één zin die “klaar” definieert:
Als een verzoek niet helpt die definitie te halen, zet het opzij.
Houd een klein backlogje met twee kolommen:
Prompt dan expliciet: “Implementeer alleen de must-haves. Voeg geen nieuwe features toe tenzij ik vraag.” Je behoudt snelheid—maar met een stuurwiel.
Je bereikt een moment waarop alles er af lijkt te zijn—knoppen zitten op de juiste plek, het scherm heeft de juiste vibe, de copy leest goed—en dan klik je rond en denk je: “Waarom doet het dat?”
Dit is een van de meest voorkomende vibe coding-ervaringen: de UI ziet er goed uit maar het gedrag hapert. Een formulier verstuurt maar slaat niets op. Een “Verwijderen”-knop verwijdert het verkeerde item. Een filter werkt op één scherm maar niet op een ander. Niets is “zichtbaar kapot,” toch gedraagt de app zich niet zoals een echte gebruiker zou verwachten.
De meeste fouten zijn niet dramatisch. Het zijn kleine afwijkingen tussen wat je bedoelde en wat je zei.
Typische verrassingen:
De fix begint meestal met een duidelijkere test. In plaats van “Het werkt niet,” beschrijf een scenario:
“Wanneer ik A doe, verwacht ik B.”
Bijvoorbeeld:
“Als ik een item aan het winkelmandje toevoeg en de pagina ververs, verwacht ik dat het aantal in het winkelmandje hetzelfde blijft.”
Die ene zin geeft de AI iets concreets om te debuggen: inputs, acties en verwacht resultaat. En het benadrukt een kernwaarheid: vibe coding is geen magie—het is iteratieve verduidelijking.
Vibe coding voelt vaak minder als een rechte lijn en meer als een achtbaan van vertrouwen. Het ene moment levert de AI iets dat op magie lijkt, het volgende moment mist het een detail dat je vanzelfsprekend vond. Die schommel is normaal—vooral als je iets nieuws bouwt en je geen “programmeursinstinct” hebt om op terug te vallen.
Sommige taken belonen vibe coding omdat ze visueel zijn en makkelijk te beoordelen. UI-werk voelt direct bevredigend: “Maak de knop groter,” “Gebruik een rustigere kleur,” “Zet het formulier in een card,” “Voeg een laadspinner toe.” Je ziet het resultaat meteen en weet of het beter is.
Andere taken zijn lastiger omdat fouten onzichtbaar blijven tot je test. Complexe logica—zoals betalingsregels, permissies, datasynchronisatie of randgevallen (“Wat als de gebruiker het tabblad sluit tijdens opslaan?”)—kan er correct uitzien terwijl het subtiel fout is.
UI en copy-aanpassingen voelen vaak makkelijk omdat de feedbacklus kort is.
Complexe logica voelt lastiger omdat je de regels precies moet definiëren en in meerdere situaties moet controleren.
Een goede manier om gefocust te blijven is werken in kleine stappen en checkpoints maken:
De snelste route van twijfel naar opluchting is de grootte van de volgende stap verkleinen. Als iets kapot gaat, weersta de neiging om een volledige herschrijving te eisen. Vraag de AI in plaats daarvan uit te leggen wat het gewijzigd heeft, welke bestanden het aantastte en hoe je de fix kunt testen.
Bewaar ook werkende versies. Houd een “bekend goede” checkpoint (zelfs gewoon een gekopieerde map of commit) voordat je grote wijzigingen doet. Weten dat je kunt terugdraaien verandert angst in experimenteren—en die emotionele verschuiving is een groot deel van waarom vibe coding houdbaar is.
Sommige platforms maken dit eenvoudiger door ontwerp. Bijvoorbeeld, Koder.ai heeft snapshots en rollback zodat je snel kunt experimenteren, momentum behoudt en toch naar een stabiele versie kunt terugkeren als een iteratie verkeerd uitpakt.
Vibe coding kan magisch aanvoelen totdat je vraagt: “Is dit eigenlijk goed?” Het antwoord hangt af van wat je bouwt: een prototype om snel te leren, of een product waarop mensen vertrouwen.
Voor een prototype betekent “goed” meestal: het demonstreert het idee, je kunt door het hoofdpad klikken en het is duidelijk welk probleem het oplost. Ruwe randen zijn prima als ze het punt niet verbergen.
Voor een echt product betekent “goed”: mensen kunnen het herhaaldelijk gebruiken zonder verwarring, data gaat niet verloren en gedrag is voorspelbaar op apparaten en in situaties.
Een verrassend sterke indicator: je kunt het aan iemand anders geven en die persoon vraagt niet meteen wat hij moet klikken.
Probeer dit voordat je viert:
Voor elke nieuwe feature schrijf 5–7 “klaar wanneer…” regels. Voorbeeld:
Dit houdt vibe coding creatief—maar gegrond in echte uitkomsten.
Vibe coding voelt krachtig omdat je niet langer vastzit aan syntax—maar het onthult ook snel iets: je bent het werk niet ontsnapt, je hebt van baan gewisseld. Je wordt de productmanager van een klein productteam bestaande uit jij + een AI-codeassistent.
In plaats van vragen “Hoe codeer ik dit?” vraag je “Wat moet dit doen, voor wie, en wat is het belangrijkste?” Dat gaat over prioriteiten, afwegingen en helderheid. De AI kan snel opties genereren, maar kan niet beslissen wat juist is voor jouw gebruikers.
Zelfs met goede prompts stuur jij nog steeds de bouw. Regelmatig moet je kiezen over zaken als:
Wanneer die zaken vaag zijn, vult de AI de lege plekken met gokjes. Dan voelt het product “bijna goed” maar net niet helemaal.
Een van de beste dingen is beseffen dat je het ervaring op verrassend gedetailleerd niveau kunt vormen—zonder een muur van code te lezen. Je kunt zeggen: “Laat de signup luchtiger aanvoelen,” “Verminder stappen van vier naar twee,” of “Dit scherm moet gebruikers geruststellen over privacy,” en vervolgens zien hoe UI en gedrag verschuiven.
Het is minder typen van magische commando’s en meer feedback geven op een concept. De voldoening komt van het zien van je intentie als iets tastbaars, en het verfijnen totdat het bij je smaak past.
Een simpele gewoonte maakt alles soepeler: schrijf je beslissingen op terwijl je gaat.
Houd korte “projectnotities” met zaken als naamgevingsconventies, toon, kernregels (wie mag wat) en wat je al hebt afgesproken dat buiten scope is. Gebruik die later weer in prompts.
Zo hoef je beslissingen niet elke sessie opnieuw te bespreken—de AI kan voortbouwen op jouw richting in plaats van alles opnieuw uit te vinden.
Vibe coding voelt informeel—alsof je een gesprek voert om naar een werkend hulpmiddel toe te werken. Die vriendelijkheid kan je verleiden om teveel te delen. Een goede vuistregel: behandel de AI als een slimme aannemer die je net hebt ontmoet. Nuttig en snel, maar niet iemand aan wie je je sleutels geeft.
Plak geen geheimen of gevoelige data in prompts:
Gebruik plaatsaanduiders zoals API_KEY_HERE, nep-namen of een klein verzonnen voorbeeld dat de vorm van je echte data heeft.
Een paar kleine gewoonten houden experimenten veilig:
Als je iets bouwt dat betalingen, logins of klantgegevens raakt, vertraag en voeg een extra reviewstap toe—ook al ziet de demo er perfect uit.
AI kan vol vertrouwen stappen voorstellen die verouderd, onveilig of gewoon onjuist zijn voor jouw setup. Lees wat het genereerde voordat je commando’s uitvoert of op “deploy” klikt en zorg dat je begrijpt wat het doet.
Als je het niet zeker weet, vraag om een vertaling: “Leg uit wat deze wijziging doet in eenvoudige taal, wat er mis kan gaan en hoe het ongedaan te maken is.” Die ene vraag verandert vibe coding van gokken naar geïnformeerde besluitvorming.
Vibe coding is het sterkst wanneer het doel momentum is: snel iets werkends op het scherm krijgen dat je kunt klikken, reageren en vormen. Als je een idee wilt toetsen, een intern hulpmiddel wilt bouwen of een workflow wilt prototypen, voelt het bijna onredelijk hoe snel je van “leeg” naar “bruikbaar concept” gaat.
Het blinkt uit in vroege productfases: een vaag concept omzetten naar een simpele app, formulier, dashboard of script dat je met echte mensen kunt testen. Het is ook ideaal voor “lijmwerk”—kleine automatiseringen, datacleanups of lichte features die normaal onderaan de backlog blijven.
In de praktijk helpt een end-to-end vibe-coding omgeving echt: bijvoorbeeld, Koder.ai is ontworpen om volledige webapps (vaak in React), backends (Go + PostgreSQL) en zelfs mobiele apps (Flutter) vanuit chat te genereren—zodat je verder kunt gaan dan mockups naar iets wat je kunt draaien en delen.
De limiet verschijnt meestal als één van drie wrijvingen:
Schakel een ervaren ontwikkelaar in wanneer je te maken hebt met betalingen, security, permissies, compliance of complexe integraties (derden-API’s, legacy-systemen, single sign-on). Dit zijn niet “moeilijk vanwege code”—ze zijn moeilijk omdat fouten geld of vertrouwen kosten.
Deel context als een creatieve brief: het doel, voor wie het is, beperkingen (budget, deadline, datasensitiviteit), wat al werkt, wat kapot is en voorbeelden van verwacht gedrag.
De realistische conclusie: vibe coding is een snelle start en een krachtig drafting-instrument—maar geen universele snelkoppeling. Het brengt je snel bij “iets reëels,” en de juiste hulp verandert dat concept in een betrouwbaar product.
Vibe coding is het bouwen van software door uitkomsten aan een AI te beschrijven en te itereren op wat het genereert, in plaats van elke regel syntax zelf te schrijven. Jij stuurt aan met intentie, voorbeelden en feedback; de AI levert snel code en UI-ontwerpen.
Mensen die duidelijk kunnen uitleggen wat ze willen maar niet een lange leerweg als programmeur willen of hebben — oprichters die een prototype willen maken, operators die workflows automatiseren, creators die interactieve ideeën uitproberen en beginners die iets tastbaars willen opleveren. De belangrijkste vaardigheid is een regisseursmindset: “meer zoals dit, minder zoals dat.”
Nee. Je moet nog steeds productbeslissingen nemen: wat “klaar” betekent, wat gebruikers zien, hoe randgevallen behandeld worden en wat het belangrijkst is. Vibe coding vermindert het typen van syntax; het haalt niet het nadenken of de verantwoordelijkheid weg.
Gebruik een eenvoudige lus:
Behandel het als het vormgeven van een concept, niet als het schrijven van één perfecte prompt.
Specifieke en observeerbare feedback werkt het beste. Bijvoorbeeld:
Vage verzoeken zoals “maak het beter” zijn minder bruikbaar tenzij je ook definieert wat “beter” betekent.
Schrijf prompts als een mini creative brief:
Dit vermindert gokken en maakt het makkelijker te debuggen wanneer de AI het fout heeft.
Omdat AI vaak reageert met “ja, en…,” waardoor features toegevoegd worden die je niet vroeg — vaak nog voordat de basis werkt. Voorkom dit door:
Beschrijf een concreet scenario in plaats van “het werkt niet”:
Vraag daarna om een gerichte fix en hoe je het kunt testen. Vraag ook om transparantie: “Vertel wat je hebt veranderd, welke bestanden zijn aangepast en hoe ik het kan terugdraaien.”
Niet direct. Voor prototypes betekent “goed” meestal dat het idee wordt aangetoond, je door het hoofdpad kunt klikken en duidelijk is welk probleem het oplost. Voor iets waar mensen op vertrouwen moet je ten minste controleren:
Een korte acceptatie-checklist (5–7 “klaar als…” regels) houdt je eerlijk.
Deel geen gevoelige informatie:
Gebruik plaatsaanduiders zoals API_KEY_HERE, valse namen of kleine fictieve voorbeelden die de vorm van je echte data hebben. Voor risicovolle gebieden (betalingen, authenticatie, permissies, compliancy) vertraag en voeg een reviewstap toe of schakel een ervaren ontwikkelaar in.